Sluinerweg 12

Wilp-Achterhoek

T 055 3018300

F 055 3018310

E info@var.nl

Home
Weegnet
Werken bij VAR
Nieuws
Publicaties
Contact
Zoeken
Links

Emmissieinventaris


EMISSIE-INVENTARIS CO2 PRESTATIELADDER

1    Inleiding
VAR zet afval zoveel mogelijk om in bruikbare producten, zoals secundaire grondstoffen en energiedragers. Bij alles wat VAR doet, wordt nadrukkelijk rekening gehouden met het milieu en de omgeving. Door steeds innovatief te blijven denken en handelen willen we steeds méér uit afval halen en zo hergebruik stimuleren. Voor meer informatie over de verschillende bedrijfsonderdelen van VAR: www.var.nl/over-var/var-divisies.html

In 2011 heeft VAR besloten zich aan te sluiten bij de CO2-prestatieladder en probeert haar leveranciers uit te dagen en te stimuleren de eigen CO2 productie te kennen en te verminderen. Hoe meer een bedrijf zich inspant om CO2 emissie te reduceren, hoe meer kans op gunning van een opdracht.

De Prestatieladder kent 4 invalshoeken:
A.    Inzicht (het opstellen van een onomstreden CO2-footprint, bijvoorbeeld volgens de mondiale ISO 14064 normen).
B.    CO2 reductie (de ambitie van het bedrijf de uitstoot te verminderen).
C.    Transparantie (de wijze waarop een bedrijf daarover intern en extern communiceert).
D.    Deelname aan initiatieven (in sector of keten) om CO2 te reduceren.

Elke invalshoek is onderverdeeld in 5 niveaus, hoe hoger het niveau per invalshoek, hoe meer punten het bedrijf kan vergaren en dus uiteindelijk meer gunningvoordeel. Een certificerende instantie (KIWA) zal de activiteiten beoordelen om het niveau van het CO2 certificaat te bepalen. Hiervoor moeten stappen zijn gezet op alle onderdelen A t/m D van de ladder.

In dit rapport wordt de emissie-inventaris van VAR besproken. De CO2 voetafdruk geeft een inventarisatie van de totale hoeveelheid uitgestoten broeikasgassen (de GHG-emissies). Daarnaast geeft ze inzicht in de herkomst van deze emissies over de verschillende bedrijfsonderdelen van VAR met een verdeling naar directe en indirecte GHG-emissies. De inventarisatie is een verantwoording van onderdeel 3.A.1 uit de prestatieladder en is uitgevoerd conform de ISO 14064-1; 2006 (E) "quantification and reporting of greenhouse gas emissions and removals".

Indien in dit document wordt verwezen naar “de norm” zonder verdere specificatie wordt hier CO2-Prestatieladder, Generiek Handboek, 23 juni 2011 bedoeld.

2    Verantwoordelijken
De directie is verantwoordelijk voor het CO2 reductiebeleid en wordt daarbij ondersteund door de afdeling VAR-Engineering (het Ingenieursbureau van VAR) en de afdeling KAM.

3    Basisjaar en rapportageperiode
De eerste inventarisatie naar GHG-emissies is in het kader van de Meer Jaren Afspraak Energie door VAR voor het eerst in 2008 uitgevoerd. Het MJA 3 kijkt allleen naar het directe energieverbruik gerelateerd aan de productie. Daarom wordt als referentiejaar 2010 gekozen. Over deze periode zijn ook andere Scope 2 emissies bekend, zoals vliegkilometers en lease kilometers. Deze rapportage beschrijft de emissie inventaris van de rapportageperiode 2010. De gerapporteerde periode is gelijk aan het boekjaar van 1 januari tot en met 31 december.
 
4    Afbakening

4.1 Organisatiegrenzen
Bij het bepalen van de organisatiegrenzen (organizational boundary) is uitgegaan van afbakening op basis van operationele controle (operational control). De CO2 uitstoot behorende bij alle activiteiten waarover de certificaathouder VAR de regie voert, wordt meegenomen in de CO2 inventarisatie van de certificaathouder.

Voor enkele mobiele installaties wordt in opdracht van derden op locaties elders gewerkt. Het werk, de tonnen materiaal en daarbij behorende energie en CO2 emissie zijn geen onderdeel van deze inventaris. Reden hiervoor is dat de hoeveelheden afval die door deze installaties verwerkt worden, niet apart worden geregistreerd.

Sinds begin 2011 is VAR overgenomen door Attero. VAR is echter nog steeds een zelfstandige B.V. binnen de organisatie van Attero. De VAR B.V. van 2008 is organisatorisch en juridisch dus nog steeds dezelfde als die van 2011, alleen de aandeelhouder is veranderd. In 2010 deed VAR nauwelijks zaken met Attero (toen Essent Milieu). Sinds de overname hoort Attero wel bij de A-leveranciers.

Het organogram van VAR is als volgt:


De afdeling Engineering is in de emissie-inventaris opgenomen onder “VAR Algemeen”

4.2 Operationele grenzen
Om de scope af te bakenen is gebruik gemaakt van de scope-indeling van het Green House Gas Protocol (GHG-protocol). De analyse is uitgevoerd conform de CO2-prestatieladder:



Conform het GHG-protocol wordt onderscheid gemaakt tussen drie bronnen van emissie (scopes) in twee categorieën: directe emissies en indirecte emissies.

  • Scope 1: de directe emissies door de eigen organisatie, zoals emissies door eigen aardgasverbruik, verbranding van brandstoffen in mobiele werktuigen en veroorzaakt door het eigen wagenpark.
  • Scope 2 de indirecte emissies die ontstaan door de opwekking van elektriciteit die de organisatie gebruikt. ProRail benadrukt dat ze 'eigen auto zakelijk' (personal cars for business travel) en zakelijke vliegtuigkilometers (business air travel) tot scope 2 rekent, in tegenstelling tot het GHG-protocol, die deze onderdelen aan scope 3 toeschrijft.
  • Scope 3: overige indirecte emissies, een gevolg van de activiteiten van het bedrijf die voortkomen uit bronnen die geen eigendom zijn van het bedrijf, noch beheerd worden door het bedrijf, zoals woon-/werkverkeer en productie van aangekochte materialen.


Voor VAR zijn deze als volgt ingevuld:

Scope 1

  • Zakenreizen privé-auto: toe te wijzen aan brandstofgebruik van geleasde personenauto's (benzine en diesel). Kwantificering door geregistreerde kilometers. Er is geen onderscheid in zakelijke en privékilometers, omdat dit in de praktijk niet vast te stellen is. Brandstofgebruik (Fuel used): toe te wijzen aan brandstofgebruik voor verwarming kantoor (aardgas in Wilp, propaan in Spijk)) brandstofgebruik van de mobiele werktuigen (rode diesel, propaan).
  • Kwantificering door meterstanden cijfers geverifieerd door de milieu-accountant aan de hand van opgave door de leasemaatschappijen, onderhoudsbeurten aan VAR-auto’s en kilometer- declaraties.
  • Airconditioners bij VAR zijn opgenomen bij het onderdeel elektriciteit bij VAR Algemeen.


Een klein deel van de scope 1 emissies zijn niet meegenomen, dat betreft ca. 200 kg Acetyleen per jaar voor laswerkzaamheden.

Scope 2

  • Ingekochte elektriciteit: toe te wijzen aan “indirecte” emissie van zelf geproduceerde groene elektra voor Wilp in CO2, omgezet met behulp van conversiegetal conform de Directive 2009/28/EC. Het conversiegetal bestaat uit geringe fossiele brandstof afkomstig van transport en distributie en de emissie van broeikasgassen anders dan kortcyclisch CO2 behorend bij een biogas conversie in elektriciteit. Het conversiegetal is geverifieeerd door de gecertificeerde milieu-accountant van VAR: Transparability. Voor Spijk betreft het ingekochte grijze stroom volgens het standaard conversiegetal uit de norm.
  • Privé-auto’s voor zakelijk reizen: De gedeclareerde zakelijke kilometers van medewerkers zonder lease-auto’s worden apart geregistreerd. Dit is te controleren aan de hand van de gedeclareerde kilometervergoeding van 19 eurocent per kilometer. De kilometers gereden door VAR-auto’s (auto’s van VAR voor algemeen gebruik) worden ook apart geregistreerd. Deze kunnen worden gecontroleerd aan de hand van onderhoudsfacturen.
  • Zakelijk vliegverkeer: de vliegkilometers worden aan het einde van het jaar opgevraagd bij het reisbureau.


Scope 3
De emissies van de scope 3 zijn nog niet meegenomen in deze inventaris. Zij zijn wel voor een groot deel gekwantificeerd:

  • Verkochte groene elektriciteit: Dit betreft meer CO2 equivalenten dan wat in totaal zelf is gebruikt als scope 1 en 2 emissies.
  • Methaanemissie van de stortplaats: Dit is ongeveer 700 ton methaan voor de gehele stortplaats, zoals dit is gerapporteerd voor de Europese verordening PRTR en geverifieerd door bevoegd gezag: provincie Gelderland. Het is overigens niet bekend in hoeverre deze emissie verdisconteerd is in de berekening van de CO2-emissie bij de productie van elektriciteit uit stortgas.
  • Vermeden methaan-emissie van de stortplaats (zie paragraaf 5.3).

 
5    Directen en indirecte GHG emissies

5.1    Berekende GHG-emissies
In 2010 bedroegen de totale scope 1 en 2 GHG-emissies 4.075 ton CO2. In de onderstaande tabellen staat de onderverdeling in de scope 1 en scope 2 emissies per onderdeel. Getallen in ton CO2 per jaar.

 

Jaar    Scope 1 Aardgas CO2Scope 1 Propaan CO2 Scope 1 Diesel, productie CO2Scope 1 Vervoer (auto) CO2Scope 1 Propaan, vervoer CO2Scope 2 Elektra verbruik CO2 Scope 2 Vervoer (auto) CO2Scope 2 Vliegvervoer CO2

2010

62

3

1.967

321

2

1.701

8

10



Jaar    Scope 1 TotaalScope 2 Totaal  Scope 1 CO2 Kg/ton recyclingScope 2 CO2 Kg/ton recycling

2010

2.355

1.720

3,38

2,47




In de onderstaande grafiek is de verdeling van de CO2 emissie ook nog grafisch weergegeven.


 

 
Bij alle activiteiten wordt de CO2 uitstoot gerelateerd aan de gerecyclede tonnen. De enige uitzondering hierop zijn VAR Algemeen (oa. kantoor) en de stortplaats. Bij VAR Algemeen wordt de CO2 uitstoot gedeeld door het totaal aantal gerecyclede tonnen van alle activiteiten. Bij VAR Storten wordt de CO2 uitstoot gedeeld door het volume van de stortplaats (in Ml oftewel 1.000.000 liter). Bij de activiteit storten dient verder vermeld te worden dat er periodiek groot onderhoud plaatsvindt op de stortplaats. Dit heeft een grote invloed op met name het dieselverbruik.

5.2    Verbranding van biomassa
Verbranding van biomassa vond binnen scope 1 en 2 niet plaats bij VAR. Er werd wel elektriciteit geproduceerd uit stortgas. Deze elektriciteit is bijna volledig ingezet op het VAR-terrein. De gebruikte elektriciteit is opgenomen bij de scope 2 emissie.

5.3    GHG-verwijderingen
Op de stortplaats is methaan verwijderd door affakkeling: 230 ton methaan en voor opwekking van elektriciteit door 680 ton methaan om te zetten in elektriciteit. Beide getallen zijn gerapporteerd onder de Europese PRTR verordening en geverifieerd door bevoegd gezag: provincie Gelderland. Deze verwijderingen vallen voor de CO2-prestatieladder echter onder scope 3. De opgewekte elektriciteit is volgens conversiefactor van de norm opgenomen in de scope 2 emissie.

5.4    Uitzonderingen
Deze zijn aangegeven bij de scope 1 emissie: Acetyleen voor laswerkzaamheden.
Het verbruik is laag (<200 kg/jaar) en er kan geen goede voorraadbepaling plaatsvinden.

6    Kwantificeringsmethoden
Voor het kwantificeren van de CO2-uitstoot is gebruik gemaakt van de conversiefactoren zoals die zijn aangegeven in de norm. De inventaris is geverifieerd door de milieuaccountant: Transparability.

7    Conversiefactoren
Voor de inventarisatie van de CO2 uitstoot van VAR over het jaar 2010 zijn de conversiefactoren uit de CO2-prestatieladder gehanteerd. Echter de conversie van elektriciteit uit biomassa ligt volgens de norm niet vast en moet worden berekend volgens Directive 2009/28/EC. De milieu-accountant Transparability heeft deze berekening geverifieerd.

Aangezien het gaat om zeer specifieke factoren op nationaal niveau, zijn de gehanteerde conversiefactoren geschikt voor het omrekenen van de broeikasgas activiteitendata naar de daarmee gepaard gaande CO2 emissie. Daar waar de CO2-prestatieladder geen specifieke factoren geeft, is gebruik gemaakt van kentallen uit nationale studies.
Removal factors zijn niet van toepassing.

8    Onzekerheden
Afwijkingen op de emissie-inventaris kunnen zijn gelegen in de volgende oorzaken:
Een klein deel van de scope 1 emissies zijn niet meegenomen. Dit betreft ca 200 kg Acethyleen voor laswerkzaamheden.

Omdat de emissie-inventaris van de CO2-Prestatieladder eigen definities en rekenregels kent kan er een afwijking ontstaan met andere rapportages van VAR over CO2. De cijfers moeten daarom worden beoordeeld naar de te hanteren criteria. Het belangrijkste aandachtspunt is daarbij dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen:

  • CO2 afkomstig uit natuurlijke kringlopen in het ecosysteem (kortcyclische koolstof) en
  • CO2 afkomstig uit fossiele bronnen, zoals aardgas, aardolie en steenkool.

Kortcyclische CO2 draagt niet bij aan het klimaatprobleem en kan daarom worden beschouwd als klimaatneutraal. Dat is ook de basis van de milieuverbetering die ontstaan door het gebruik van biobrandstoffen. De emissie-inventaris is berekend uitgaande van bijlage 5 van de Europese Richtlijn 2009/28/EG van 23 april 2009. Toegepast op VAR B.V. vallen alleen de eigen bedrijfsactiviteiten onder de berekening en wordt de levering van ‘groene’ energie aan het elektriciteitsnet (nog) niet in mindering gebracht. De Richtlijn staat toe om eigen metingen toe te passen die bedrijfsspecifiek zijn. De conversiefactor voor groene elektriciteit van VAR is berekend op 69,8 gram CO2 per kWh, op grond van het voorzichtigheidsbeginsel hoog geschat.

9    Rapportage volgens ISO 14064 
De inventaris is opgesteld in overeenstemming met de eisen uit ISO 14064-1;2006, paragraaf 7.3

Klik hier om te zoeken